de onzin van “conservatief en Progressief”

Tanja Hummel

Tanja Hummel

‘Conservatieve katholieken zijn niet conservatief. En progressieven zijn niet progressief.’ Tanja van Hummel, filosofe en huisgenote van de dominicaanse communiteit Huissen, doet als katholiek van na de polarisatie een hartverwarmend betoog voor begrip.

 

Tanja van Hummel ontwikkelde haar geloofsleven in Taizé en bij moniale dominicanessen in Frankrijk. Ze analyseert op de website nieuwwij.nl hoe zij en haar generatie geen deel hebben aan de root shockvan de jaren zestig. In haar ogen zijn de conservatieve en progressieve katholieken, die onderling zo verdeeld zijn, twee kanten van dezelfde medaille. Een paar citaten:

‘Ik voel me bij beide vormen van vieren en kerk zijn thuis en daarom doet het pijn om te merken dat beide partijen, de een vaak aangeduid als “progressief”, en de ander als “conservatief”, het niet goed met elkaar kunnen vinden. Sterker nog: dat ze soms loodrecht tegenover elkaar staan en stevige kritiek op elkaar uiten.’

‘Waarom is er in mijn omgeving zo veel weerstand tegen wat het “conservatieve katholicisme” genoemd wordt? Waarom is er vanuit die conservatieve hoek zoveel kritiek op de “progressieve” katholieken? Waarom noemen we ze überhaupt conservatief en progressief?’

‘Volgens mij moeten we allereerst afstappen van de labels “conservatief” en “progressief”. (…) Het zijn twee kampen die elk een deel van het geloof weerspiegelen: zittend bij Jezus in een kamer en rondtrekkend met Jezus door de wereld. Het evangelie van Jezus verkondigt beiden. En hier ligt volgens mij de sleutel tot wederzijds begrip.’

‘Ik ben van een jongere generatie. Ik heb de root shock niet meegemaakt. Ik zoek een kerk die mij een thuis biedt en daarvoor moet ik nu naar verschillende plekken. Ik vind waardevolle dingen in de tent van de intern gerichte katholieken en ik vind waardevolle dingen in de tent van de extern gerichte katholieken. Maar wat zou het mooi zijn als die twee tenten opgebroken zouden kunnen worden en vervangen worden door één huis van God.’